Afzekeren van een PV-omvormer – uitgangspunten volgens Netcode en praktijk

Afzekeren van een PV-omvormer – uitgangspunten volgens Netcode en praktijk

Afzekeren van een PV-omvormer – normatief kader (NEN 1010 en Netcode)

Een netgekoppelde PV-omvormer wordt aangesloten op een eigen eindgroep en beveiligd met een aardlekautomaat (RCBO). Dit is een combinatie van installatieautomaat en aardlekschakelaar (RCD) in één component. Hiermee wordt zowel overstroom- als aardlekbeveiliging gerealiseerd.

1. Bepaling van de automaatwaarde

NEN 1010 stelt eisen aan:
- Beveiliging tegen overstroom
- Beveiliging tegen aardfouten
- Correcte dimensionering van leidingen
- Aansluiting van PV-installaties (deel 712)

De dimensionering van de installatieautomaat gebeurt op basis van de maximale uitgangsstroom (Imax) van de omvormer. Deze waarde staat vermeld op het technische datablad.

De nominale waarde van de automaat wordt gekozen op de eerstvolgende hogere handelsmaat:

10 – 16 – 20 – 25 – 32 – 40 – 50 – 63 – 80 A

Voor netgekoppelde omvormers is doorgaans een B-karakteristiek geschikt. Er is geen sprake van verhoogde inschakelstromen zoals bij motorbelastingen.

De kabeldoorsnede tussen omvormer en groepenkast wordt afgestemd op:
- De gekozen automaatwaarde
- De installatiemethode
- Het toegestane spanningsverlies (praktijkrichtlijn PV: maximaal 1%)

2. Aparte eindgroep verplicht

Elke omvormer, ongeacht vermogen of faseaansluiting, wordt aangesloten op een eigen eindgroep. Het combineren met andere verbruikers binnen dezelfde eindgroep is niet toegestaan.

3. Selectiviteit volgens Netcode

De Netcode Elektriciteit vereist selectiviteit tussen de hoofdzekering (aansluitwaarde netbeheerder) en de eerstvolgende beveiliging in de installatie.

In de praktijk betekent dit dat er twee stappen verschil moet zitten tussen de hoofdzekering en de eerstvolgende installatieautomaat.

Voorbeeld:
- Hoofdaansluiting 3×25 A → eerstvolgende beveiliging maximaal 16 A
- Hoofdaansluiting 3×35 A → eerstvolgende beveiliging maximaal 25 A

Hiermee wordt geborgd dat bij een fout in de installatie de installatieautomaat aanspreekt en niet de hoofdzekering van de netbeheerder.

4. Normatief kader

NEN 1010 beschrijft algemene eisen voor beveiliging tegen overstroom en aardfouten, maar stelt geen expliciete eis voor selectiviteit tussen hoofdzekering en onderliggende beveiliging.

De eis voor selectiviteit is vastgelegd in de Netcode Elektriciteit, opgesteld door de gezamenlijke netbeheerders.

Voor projectmatige PV-installaties dient daarom altijd zowel NEN 1010 als de actuele Netcode te worden geraadpleegd.

Disclaimer

Dit kennisdocument is bedoeld als praktische technische leidraad voor installateurs en adviseurs. De informatie is met zorg samengesteld op basis van actuele kennis en praktijkervaring. Elke situatie blijft echter projectspecifiek. Controleer daarom altijd of de gekozen oplossing past binnen de bouwkundige en installatietechnische uitgangspunten van je project.

We denken graag met je mee!

Twijfel je over de juiste dimensionering, detaillering of systeemkeuze? Neem gerust contact met ons op. We kijken inhoudelijk met je mee en delen onze ervaring vanuit de praktijk. Samen zorgen we voor een technisch kloppende en toekomstbestendige oplossing.

Technea, wijzer in installatietechniek  
Technea | Pallasweg 13 | 8938 AS Leeuwarden | info@technea.nl | 058-2884739
    • Related Articles

    • Maximale kabellengte tussen omvormer en groepenkast

      Maximale kabellengte tussen omvormer en groepenkast (≤1% spanningsverlies) De lengte en aderdoorsnede van de AC-kabel tussen omvormer en groepenkast zijn bepalend voor het spanningsverlies. Bij PV-installaties wordt maximaal 1% spanningsverlies ...
    • Werkschakelaar bij PV-installaties – verplicht of niet?

      Werkschakelaar bij PV-installaties – verplicht of niet? De vraag of een werkschakelaar verplicht is bij PV-installaties wordt regelmatig gesteld. Het antwoord vraagt onderscheid tussen “werkschakelaar” en “scheider”. Wat zegt NEN 1010? NEN 1010 (o.a. ...
    • Is een PV-sticker verplicht?

      PV-sticker verplicht volgens NEN 1010 – normatieve onderbouwing Na oplevering van een PV-installatie wordt vaak een sticker aangebracht op of bij de verdeelinrichting. Deze markering maakt zichtbaar dat sprake is van meervoudige voeding. Normatieve ...
    • Vereffening en aarding bij PV-installaties met trafoloze omvormers

      Vereffening en aarding bij PV-installaties met trafoloze omvormers Moderne PV-installaties maken gebruik van trafoloze omvormers. Deze omvormers hebben geen galvanische scheiding tussen DC- en AC-zijde. Hierdoor ontstaat door de capacitieve koppeling ...
    • Fasebalans bij 1-fase omvormer op 3-fase aansluiting

      Fasebalans bij 1-fase omvormer op 3-fase aansluiting Bij een 3-fase netaansluiting wordt de belasting idealiter zo gelijk mogelijk over de drie fasen verdeeld. Dit voorkomt: - Ongelijke fasebelasting - Hogere nulstroom - Onnodige spanningsopdrijving ...